Frater Rombouts was zijn tijd ver vooruit

Door Rien Vissers

Frater Sigebertus Rombouts (1883-1962) was tientallen jaren als leraar verbonden aan de kweekschool van de fraters in Tilburg. In 2012 publiceerde Marjoke Rietveld-van Wingerden een artikel over hem in ‘Lessen’, het twee keer per jaar verschijnend periodiek van het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Hier volgen enkele citaten uit haar artikel, getiteld: ‘Frater Rombouts en zijn bemoeienis met dyslexie’ (*).

“Rombouts heeft een enorm pedagogisch oeuvre aan boeken en artikelen op zijn naam staan. Bovendien richtte hij in 1913 met twee confraters een eigen onderwijstijdschrift op, ‘Ons Eigen Blad’, en begon in 1922 met de Pedagogische Brochurereeks, waarin talloze boekjes verschenen over pedagogische en didactische onderwerpen.

Een belangrijk accent in het oeuvre van Rombouts vormt het taal- en leesonderwijs. Hij was enorm actief op het gebied van spelling van de Nederlandse taal waarin hij streefde naar een moderne vorm met een heldere structuur en logica. Zijn ‘Ons Eigen Blad’ bevat menig artikel over de ontwikkeling van de taal bij het kind, de didactiek en methodes in het taal en leesonderwijs. De vele artikelen die verschenen bij jubilea van Rombouts, of net na zijn dood, verwijzen echter zelden naar zijn verdienste op het gebied van het bespreekbaar maken van dyslexie. Dat zegt niet zozeer veel over Rombouts, integendeel juist, maar het is meer een teken dat er van de zijde van de psychologie en pedagogiek tot ver in de tweede helft van de twintigste eeuw nauwelijks aandacht voor dyslexie was.

Rombouts was de eerste die in de pedagogische literatuur aandacht aan dyslexie besteedde. In 1919 verscheen van hem een artikel in het Tijdschrift voor Zielkunde en Opvoedingsleer onder de titel ‘Kongenitale alexie’. Hij was in pedagogen- en psychologenland echter een roepende in de woestijn.

Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam het onderwerp dyslexie in de belangstelling. Ondertussen verbaasde Rombouts zich over het lange stilzwijgen en vooral over het feit dat zijn artikel uit 1919 nauwelijks is opgemerkt. Ook toen waren er kinderen die moeite hadden met leren lezen en schrijven en eigenlijk woordblind waren, zo stelde hij. Rombouts weet dit aan het onjuist inschatten van het probleem: ‘lees en schrijfachterlijkheid’ zou veroorzaakt zijn door domheid waartegen toch geen kruid gewassen was. Rombouts was in 1919 zijn tijd ver vooruit.”

Bron: www.cmmbrothers.org/fraterscmm-2013-2.pdf

 

(*) Het volledig artikel – in PDF:

Frater Rombouts en zijn bemoeienis met dyslexie : http://dare.ubvu.vu.nl/bitstream/handle/1871/39780/RomboutsDyslexie%20Lessen2012-2.pdf

Advertenties

Onderwijsuitgaven van de drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis

Onderwijsuitgaven van de drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg (voorloper uitgeverij Zwijsen)

katholiek_jongensweeshuis_tilburg In 1850 verschijnt bij de drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis in Tilburg een serie van vier boekjes onder de titel ‘Leesboekjes voor eerstbeginnende kinderen’.
Wie precies de auteurs zijn, is niet meer met honderd procent zekerheid vast te stellen. Zeker is wel dat frater Dositheus Leus bij de samenstelling en uitgave van deze boekjes een grote rol heeft gespeeld. Dat de auteurs gebruikmaken van de leergang van Prinsen wordt niet onder stoelen of banken gestoken. Op het titelblad van de uitgave van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis prijkt de naam van P.J. Prinsen in forse letters, waardoor het min of meer lijkt of deze de eigenlijke schrijver is. De uitgever van de methode Prinsen, de Erven Loosjes, is met deze concurrentie uit de rooms-katholieke hoek vermoedelijk niet zo blij. Hij probeert zijn uitgave te beschermen door alle ‘originele’ boekjes te voorzien van de handtekening van de Erven Loosjes. Maar zelfs dit keurmerk kan niet voorkomen dat de boekjes van het RKJW door katholieke scholen gretig worden afgenomen. Deze boekjes zijn bovendien voorzien van de kerkelijke goedkeuring (imprimatur) en van de handtekening van J. Zwijsen, die in 1842 tot bisschop was gewijd en destijds als pastoor de drukkerij van het RKJW had opgericht. Overigens wordt de (auteurs)wet die de uitgever van Prinsen bescherming zou moeten bieden, pas in 1881 van kracht. De boekjes zijn rijkelijk voorzien van eenvoudige godsdienstige teksten voor de pas lezende kinderen. Het lezen staat vanaf het allereerste begin ten dienste van de godsdienstige opvoeding. Later verschijnen er aanvullende boekjes bij de methode. Bijvoorbeeld: De kleine lezer (1856) en het Leesboekje voor Kleine Kinderen (1873). De boekjes van de methode ‘Leesboekjes voor eerstbeginnende kinderen’ beleven herdruk op herdruk totdat ze in 1900 uit de handel worden genomen.

De 20e eeuw brengt de drukkerij/uitgeverij van jet Jongensweeshuis grote successen op het gebied van aanvankelijk lezen. De frater-auteurs verdiepen zich meer in de complexe processen die een rol spelen bij het leren lezen. Ze kijken steeds vaker over de nationale grenzen heen en ontwikkelen op basis van hun ervaring en kennis vernieuwende methoden. Het is de eeuw van baanbrekende auteurs: van Reynders, Doumen, Rombouts, Versteeg en Mommers. Samen met anderen zijn zij de drijvende krachten achter de ontwikkelingen die de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis laten uitgroeien tot de Uitgeverij Zwijsen van vandaag, met een dominerende positie op het vakgebied van het lees-onderwijs. Dat betekent, dat de methoden van Zwijsen steeds meer werden gebruikt op openbare en prot. chr. scholen totdat  de verzuiling grotendeels wegvalt.

Lees hier verder:  www.onderwijsgeschiedenis.nl

Leren lezen met Frater Rombouts

Door Wil van Ham

Met een groot feest vieren de fraters van Tilburg in 1894 het vijftig jarig bestaan van de congregatie, die in 1844 door pastoor Zwijsen (de latere bisschop en aartsbisschop van Den Bosch en Utrecht) was opgericht. Het fraaie jubileumboek ‘Gouden jubeljaar’ kijkt met voldoening terug en stelt met voldoening vast dat al veel bereikt is. Achter in het boek staat een foto van een mooie tekening van het moederhuis aan de Gasthuisstraat.

sig rombouts kloosterOok zijn er afbeeldingen van de twaalf huizen waar de orde inmiddels ‘nevenvestigingen’ tot stand heeft gebracht. Als frater Rombouts twee februari 1900 op zeventienjarige leeftijd bij de fraters in het noviciaat treedt, zijn de grondvesten gelegd voor een voorspoedige expansie van het rooms katholieke volksonderwijs. De eerbiedwaardige Zwijsen is in 1877 gestorven, maar in de fraterhuizen zijn dan nog genoeg fraters die de wordingsgeschiedenis zelf hebben meegemaakt.

Samen hebben ze gestreden voor de vrijheid zelf scholen te mogen stichten, voor de inhoudelijke autonomie van het schoolonderricht en het recht op financiële ondersteuning door Rijk en gemeente. Wat betreft het laatste punt had de wetgever in 1889 al een eerste opening geboden, waarbij het Rijk gelden beschikbaar stelt voor de salarissen van de onderwijzers. Met de befaamde lageronderwijswet van 1920 wordt de volledige gelijkstelling van het openbaar en bijzonder volksonderwijs binnengehaald.

sig rombouts oudersMaar inhoudelijk staat het lesgeven nog in de kinderschoenen. De ouders van frater Rombouts, Lambertje en Nel Rombouts-De Werdt, hebben ongetwijfeld nog leren lezen met ouderwetse ABC-boekjes, met als treurig resultaat dat na afloop van de lagere school lang niet alle kinderen konden lezen en schrijven.

Pas rond 1900 komen betere methodes op de markt en juist op dit punt hebben de fraters van Tilburg een belangrijke inbreng. In 1905 verschijnt bij de drukkerij van het Jongensweeshuis de nieuwe leesmethode van Becker, het pseudoniem van frater Euthymius Bekker.

De methode bestaat uit een serie boekjes ‘Boschbloempjes’, een leesplankje en een klassikaal leesbord. Het leesplankje bevordert de zelfwerkzaamheid van het kind.

Zeven jaar later vervolmaken de fraters Jozes Reynders en Nicetas Doumen de leesmethode onder de titel: ‘Ik lees al’. Centraal in de opzet staat de voortdurende vergelijking van het gesproken woord met het geschreven woord. De leesboekjes zijn niet alleen fraai vormgegeven, maar zijn ook helemaal doordrongen van de rooms katholieke levensfilosofie. De uitgave is een schot in de roos. Begin juni 1902 krijgt frater Rombouts de eerste aanstelling als onderwijzer aan de lagere school in de Veemarktstraat. Daarna volgen aanstellingen in het lager onderwijs in Tilburg. Vanaf mei 1908 gaat hij les geven aan de kweekschool van de fraters. Steeds houdt de verbetering van de leesmethode zijn aandacht. In 1931 verschijnt in de ‘Opvoedkundige brochurereeks’ het boekje ‘Leesmethodiek en moderne psychologie’ van Govert Grazer, een van de vele pseudoniemen van frater Rombouts.

Onze frater windt er geen doekjes om: “Met dit boekje heeft de schrijver revolutionaire bedoelingen. Hij is namelijk van mening, dat de tegenwoordig in Nederland gebruikte leesmethodes geen van alle deugen, niet om fouten in de uitwerking, dus in bijkomstigheden, maar omdat hun grondslag, en hun hele opzet verkeerd zijn. En wat niet deugd moet verdwijnen en vervangen worden door iets goeds.”

sig rombouts leesmethodeOp basis van nieuwe inzichten uit de Duitse Gestaltpsychologie toont frater Rombouts aan dat kinderen niet letter voor letter of woord voor woord lezen. Hij benadrukt het ‘zinvolle geheel’. De ervaren frater-onderwijzer Cassianus Versteeg ontwikkelt op basis hiervan de nieuwe leesmethode ‘Echt Lezen’, die (na de oorlog in een nieuw jasje gestoken) tot de jaren zestig van de vorige eeuw met heel veel succes op de katholieke scholen toepassing zal vinden. De tegenwoordige leesmethode ‘maan-roos-vis’ van uitgeverij Zwijsen is nog steeds op deze uitgangspunten gebaseerd.

Bron: Wil van Ham, Leren lezen met Frater Rombouts, De Keersopper, Heemkundekring Bergeijk, Januari 2006, Nr. 1, blz. 3-5.

 

 

M. Custers: Frater Sig. Rombouts

Uit; het archief van mijn ouders familie Jos en Nel Geudens-Rombouts (kopij waarschijnlijk van de ‘Werkgroep Heemkundekring Bergeijk‘ waarvan mijn vader lid was van 2005-2006. Midden 2006 werd mijn vader gewoon lid van de ‘Heemkundekring Bergeijk’).

heem d4 c

 

cus1acus2cus3cus4cus5cus6cus7cus8

Werkgroep Heemkundekring Bergeijk gestart door Jos Geudens, Wil van Ham en Will Steeghs (2005)

De ‘Werkgroep Heemkundekring Bergeijk’ werd 8 jaar geleden begonnen door drie leden (zie krantenknipsel uit het weekblad ‘De Eyckelbergh, nummer 1571, 2005):

heem d4 c

2005 – 2013

Doelstelling

Heemkunde heeft met alle kanten van het leven te maken: met ons verleden, met ons heden en met de toekomst. Een mens vindt in zijn omgeving, het heem, zijn eigen identiteit terug. Niet alleen stukjes van de wereld van zijn voorouders maar ook dingen die nog betekenis kunnen hebben voor zijn kinderen.

Toch is dat maar een half antwoord

Heemkunde is méér dan de band tussen verleden, heden en toekomst. Heemkunde heeft alles met mensen te maken, heemkunde is sociaal. Het heem verbindt ons met anderen in onze woonplaats. Het is een feest, onze inzichten en kunde te delen met anderen. Het is plezierig om te genieten van de kennis die anderen opgedaan hebben.

De schatbewaarder

Als die karikatuur al ooit bestaan heeft, dan is de eenzelvige heemkundige van vroeger vrijwel uitgestorven. Dat was een norse en vooral oude man die in zijn eentje in be boeken zat. Een roofdier dat altijd maar verzamelde, zijn verzameling verstopte en zijn kennis angstvallig voor zichzelf hield.

Vlijtige vrijwilligers

Ook vrouwen en jongeren houden zich tegenwoordig bezig met heemkunde. Heemkundigen zijn schatgravers die samenwerken, die aanstekelijk enthousiast zijn en die met schitterende oogjes iedereen op sleeptouw nemen. Maar voor de zekerheid slaan ze wel eerst alle gegevens op in de computer. Waarvoor diende een ‘doorzagertje’? Wie heeft er nog een ‘scapulier’? Moet je nou weer eens zien: een boek uit de middeleeuwen, namen uit de Tachtigjarige Oorlog, verhalen over de bevrijding, een foto van opa’s winkel, een oud kerkpad tussen de akkers.

Heemkundeverenigingen houden zich verder bezig met:

  • Lokale en regionale geschiedenis
  • Stamboomonderzoek (genaelogie)
  • Archiefonderzoek
  • Kadasteronderzoek
  • Huizenonderzoek
  • Natuur- en landschapsbeheer
  • Dialecten
  • Naamkunde
  • Monumenten
  • Volkscultuur

Dienstbare kringen

Heemkundekringen helpen de gemeente bij vragen van derden over de lokale historie. Deskundige vrijwilligers zitten in de plaatselijke monumenten- en straatnamencommissie. Nieuwe wetgeving over ruimtelijke ordening maakt heemkundige vrijwilligers onmisbaar.

Heemkundekringen

Bijna alle heemkundekringen in Noord-Brabant zijn aangesloten bij de stichting Brabants Heem. Dat zijn er 114 met ruim 29.000 leden (2009).

Heemkundekring Bergeijk

De Heemkundekring Bergeijk is 8 jaar geleden opgericht. Het is een actieve vereniging die expansie zoekt in haar ledental, maar ook in communicatie met de Bergeijkse gemeenschap.
Middels het uitgeven van de ”Op zoek naar Vruuger”-reeks wil zij meer aandacht vragen voor haar werk en de gemeenschap stimuleren om historisch fotomateriaal en informatie “van toen tot eergisteren” met haar te delen.

Lees hier verder…